Spaanse taferelen in Museum Het Schip

Spaanse taferelen in Museum Het Schip

Museum Het Schip nodigde me uit voor een Spaans ontbijt, compleet met FC Barcelona-vlaggetjes aan de muur, ter ere van de opening van de tentoonstelling Gaudí en de Amsterdamse School. De expositie in Het Schip biedt bezoekers een leerzame ontdekkingsreis door de werken en gedachtegangen van de Spaanse architect en kunstenaar Antoni Gaudí (1852-1926). Hij onderscheidde zich met eigen, organische creaties. Een stijl die, zo zien bezoekers met oog voor detail, overeenkomsten vertoonde met de latere bouwvormen van de Amsterdamse School. Uitheemse invloeden Naast de wit gedekte tafel, gevuld met fruitschalen en madalenas, woont Charo Sanjuán Gómez de opening bij. Zij is de voorzitter van Aurea Cultura i Art, de Spaanse kunststichting die Museum Het Schip voor de tentoonstelling verrijkte met enkele van Gaudí’s originele meubels en kunstwerken. In de bouwstijl van Gaudí zien we volgens haar invloeden terug van oude beschavingen. ‘De Maya’s inspireerden hem in het aanbrengen van bogen en gewelven in zijn gebouwen. Van de Moren’, wijst Charo op een afbeelding van Gaudí’s bouwwerk Casa Vicens, “leerde hij het inleggen van mozaïek.’ Terugverlangen naar de natuur De exotische bouwideeën combineerde Gaudí met een artistieke waardering voor de natuur. En hij was niet de enige. Stadsarchitecten in negentiende eeuws Europa beklemtoonden de overgang van traditionele samenlevingen naar de moderne tijd. Zij wezen op een tegenstelling tussen de, in hun ogen, vervuilde, moderne stad en de puurheid van het platteland. Het was vanuit deze gedachtegang, en vanwege zijn Catalaanse trots, dat Gaudí elementen uit de omgeving van Barcelona verwerkte in de bouw van de beroemde basiliek  La Sagrada Familia. Ook de architecten van de Amsterdamse school keerden terug...
Update: brandhaarden op de wereld

Update: brandhaarden op de wereld

Voor Artsen Zonder Grenzen houd ik potentiële brandhaarden in de gaten. Buiten het wereldnieuws en in de schaduw van langlopende conflicten in het Midden-Oosten brandt een nog langer lopend dispuut tussen India en Pakistan om de Kasjmir vallei. De spanningen tussen de buurlanden gelden zelfs als de langst durende conflictsituatie op de wereld. In 70 jaar tijd hebben 4 oorlogen, talloze aanslagen en diverse pogroms geleid tot tienduizenden doden en honderdduizenden vluchtelingen. Voor Pakistan is het inmiddels duidelijk dat India op het slagveld een maat te groot is. Maar de Pakistaanse regering in Islamabad beseft tegelijkertijd dat conflicten tussen supermachten niet worden gewonnen door grondgevechten, maar door strategische overwinningen. Pakistan, zo denken militair analisten, wacht op een moment van Indiase onachtzaamheid om toe te slaan. Pakistaanse troepen zullen dan strategische posten bezetten en de bevolking van Kasjmir achter zich krijgen. Als gevolg hiervan zal, zo is de verwachting, de internationale gemeenschap eisen dat India zich terugtrekt. Mocht India alsnog ten strijde trekken, dan heeft Islamabad nog altijd een afschrikwekkende verzameling aan kernwapens achter de hand. Essentieel voor het slagen van deze tactiek is de houding van de lokale bevolking. De 12 miljoen Kasjmiri, die leven in een gebied 5 keer zo groot als Nederland, hechten bovenal waarde aan hun  authentieke cultuur: de kashmiriyat. Hoewel spanningen tussen hindoes en moslims de eenheid van de Kasjmiri bedreigen, hebben de inwoners van het gebied meerdere malen eensgezind opgetreden tegen India en Pakistan. De bevolking van het ‘Zwitserland van India’ trok dan weer ten strijde met Pakistaanse infiltranten en verleende dan weer hulp aan de Indiase autoriteiten. Het doel van de Kasjmiri is...

Interview Den Uyl special

In het voormalige Vertigo zit ik aan de antwoordgevende kant van een vraaggesprek met oud-journalist Nico Haasbroek. Hij maakt voor het blad Argus een special over de nazaten van Joop den Uyl en ik ben een van de degenen die wordt geïnterviewd. Omdat ik mijn beroemde opa verloor op vijfjarige leeftijd kan ik me weinig beelden voor de geest halen. Ik herinner me nog wel zijn chagrijnige gezicht toen ik met mijn neefjes voetbalde door de gangen van Weldam en hier en daar kunstwerken omver knalde. Van horen zeggen heb ik de verhalen over Den Uyl die zich in moeilijke bochten wrong om de papierstapels  op zijn bureau niet om te stoten. Of dat hij, na een vermoeiende werkdag, zwijgend naar de herrie van zijn muziek spelende kinderen luisterde. Het lawaai maakte hem niet uit; hij wilde enkel tussen de mensen zijn. Voor het volledige interview, zie:...
Debatavond Hirak

Debatavond Hirak

Rif Alert bespreekt de Hirak in club Ru Pare. Het is vandaag, 28 oktober, een jaar geleden dat de volksopstand in de Rif vlam vatte. De dood van een visverkoper, verpletterd in de vuilniswagen, zette de Riffijnen aan tot betogingen tegen de sociale ongelijkheid en corruptie in hun gebied. Leidden de protesten vorig jaar nog tot een matige opkomst op het Museumplein, vanavond is de debatzaal redelijk gevuld. Bijna 100 bezoekers betreden de zaal. Zij nemen plaats op de stoelen tegenover het sprekerspodium waar journalisten en politici, onder wie SP-kamerlid Sadet Karabulut, vertellen over hun ervaringen in de Rif.  Opvallend is de rolverdeling.  Onder de aanwezen zijn vooral mannen van boven de vijftig. Vrouwen zijn er weinig. Degenen die er wel zijn, zitten op het podium en voeren het woord. Zou de Hirak verandering brengen binnen de traditionele verhoudingen in de Riffijnse samenleving? De debatavond trapt af met de introductie van een jongeman die is neergeschoten in Marokko. Hij vierde vakantie in Al Hoceima, liep mee met een betoging en raakte gewond door een traangasgranaat.  Een filmpje van het incident begeleidt zijn verhaal.  “Ik ga door met de strijd!”roept hij. De zaal antwoordt met applaus. Geestdrift kenmerkt de aanwezigen, in het bijzonder de debatleider. De voorzetten die hij de gastsprekers toedient, rondt hij regelmatig zelf af. Toch krijgen de sprekers de gelegenheid voor het vertellen van verhalen over onrechtmatige arrestaties, vermeende martelingen en politieke misdaden van de Marokkaanse regering. Ook valt er een analytische noot over veranderende machtsverhoudingen in Marokko. In het tweede deel van het debat volgen de vragen uit het publiek. sommigen stellen de vragen in het...
De slavenprins in Marokko

De slavenprins in Marokko

  In het vroegere Amerikaans consulaat in Tanger trof ik een portret Abulrahman Ibrahim Ibn Sori. Deze Afrikaanse edelman belandde eind achttiende eeuw als slaaf op de katoenplantages van Mississippi. Hier maakte hij naam dankzij zijn intellectuele geest, uitgebreide talenkennis en groene vingers. Zijn meester schonk Sori privileges, noemde hem ‘prins’, maar gunde hem geen vrijheid. Wel kreeg hij de mogelijkheid brieven te schrijven naar zijn familie in West-Afrika. Een van deze brieven, geschreven in het Arabisch, kwam dankzij de Nederlandse uitgever onder de ogen van de sultan van Marokko. Het staatshoofd vooronderstelde dat Sori een moslim was en verzocht de Amerikaanse autoriteiten om hem vrij te laten. Hij wilde zelfs voor zijn vrijlating betalen. De Amerikaanse president John Adams kwam in een persoonlijk onderhoud met Sori’s meester overeen dat de ‘prins’, na 40 jaar, op vrije voeten zou worden gesteld.     De Nederlandse uitgever Andrew Marschalk     Voor beelden uit het voormalige Amerikaans consulaat in Tanger,...
Gran Teatro Cervantes

Gran Teatro Cervantes

Voorbeeld voor schilderingen over een romantisch verleden is het Gan Teatro Cervantes in Tanger. Eens het grootste operagebouw van Afrika, nu een vervallen spookhuis. In de jaren 1950 maakten betraden grote namen als Enrico Caruso en Carmen Sevilla er het podium. Ook de Engelstalige uitvoering van Shakespeare’s Othello kon rekenen op groot enthousiasme van de Spaanse en Marokkaanse toeschouwers. Met de onafhankelijkheid daalde de bezoekersopkomst. Spanje, dat eigenaar bleef van het theater, ruziede met de het stadsbestuur over het onderhoud van het gebouw. Ook nadat het pand werd gesloten in 1974. In 2006 kwam het Spaanse ministerie van Cultuur met Marokko overeen dat het theater zou worden gerestaureerd. Spanje legde meer dan 94 miljoen euro op tafel voor de reparatiekosten. Maar na enkele noodgrepen die het gebouw behoedden voor instorting, werd er niet meer naar omgekeken. Wel kreeg het leegstaande pand de aandacht van plunderaars en Afrikaanse asielzoekers die er een onderkomen vonden, in voorbereiding op hun sprong naar Europa. Tegenwoordig is het gebouw gesloten voor publiek. Dat wil zeggen, het is dicht voor degenen die geen Berbers spreken of geen tientje tevoorschijn toveren. De gids, die het geld namens de directeur in ontvangst neemt, leidt ons door de donkere ruimtes van het theater. “Unesco komt volgend jaar kijken of ze het gebouw opnemen in de lijst van werelderfgoed”, vertelt hij. “Anders wordt het waarschijnlijk verbouwd tot een winkelcentrum”.   Voor een tour door het spookhuis, zie:...