Door het noorden van Marokko

Door het noorden van Marokko

Tip van de ober: ga naar Ceuta met de bus. Waar taxichauffeurs al snel 20 euro rekenen, brengt de bus je voor slechts 2 euro naar de Spaanse stad. Het is even lang rijden –iets meer dan een uur- en je maakt wat mee in een Marokkaanse bus. Zo belanden we naast 2 jongetjes die vandaag illegaal de grens gaan oversteken. Ze geven zichzelf 13 jaar, maar ze lijken eerder een jaar of 9 te zijn. Ze zijn de bus in geglipt zonder kaartjes en hebben ook geen ouders bij zich. We geven ze enkele muntstukken. Bij de douane komen we de jochies weer tegen. Dit keer in de kraag gegrepen door een agent. “Ik zal ze laten besnijden”, knipoogt hij in het voorbijgaan. Wanneer we terugkeren uit Ceuta –waar de winkels op zondag gesloten zijn- lopen de jongetjes rond op de parkeerplaats. Ze zijn door grenspolitie op straat gegooid. Niemand heeft hun ouders gebeld. Hun enige kans om thuis te komen is met ons mee in de taxi, maar het busje zit vol. Een jongeman doet riem af, stapt uit en legt zijn hand op het hoofd van een van de jognetjes: ‘Ik sta mijn plaats aan jou, broertje. Zodat jij vannacht niet wordt verkracht.’ Terwijl we terugrijden naar Tanger krijgen de jongentjes de volle laag van een schreeuwende moeder achterin de auto. Haar stemgeluid gaat door merg en been. “Wat zijn jullie voor idioten, dat je denkt zomaar te kunnen oversteken naar Spanje? En, wie gaat er nou de grens over op een zondag? Als je wilt vluchten, doe het dan door de week!” In Tétouan neemt...

Lezing: democratie in Marokko

Weinigen zijn op de VU voor de lezing van Saloua Zerhouni, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Mohammed V universiteit in Rabat. Van de 65.000 Marokkanen in Amsterdam heeft er welgeteld geen één de moeite genomen de presentatie bij te wonen. Een gemiste kans, aangezien Zerhouni’s lezing een heldere kijk geeft op de politieke arena van Marokko. In de parlementaire monarchie geven verkiezingen het land de schijn van een democratie. Achter de schermen bepaalt de paleiselijke elite, of makhzen,  welke volksvertegenwoordigers naar worden geschoven. De eigenaardige constructie van het Marokkaans kiesrecht vormt eveneens een blokkade voor burgerlijke participatie in de politiek.  Zo kunnen Marokkanen alleen stemmen in de regio waar zij geregistreerd zijn. Vooral jongeren die in de steden werken en, overeenkomstig hun inkomen en jeugdigheid, een politieke mening vormen, kunnen op deze manier geen stem uitbrengen. Zij kunnen wel terugreizen naar hun geboortestreek en hier stemmen, of iemand anders hun laten uitbrengen, maar in praktijk komt er weinig van terecht. De praktische bezwaren die kleven aan het kiessysteem en de corruptie onder politici maken de kiezer wantrouwig. Marokkanen kiezen steeds minder. Volgens Zerhouni valt de afnemende betrokkenheid bij de politiek in goede aarde bij de Parti de la justice et du développement (PJD), de partij van de islamisten.  Zij bouwen voort op een ongeschonden imago van onbesproken gedrag en hebben geen banden met de makzhen. Zij hebben bovendien geleerd van eerdere fouten en houden geen moraliserende preken meer. De geheven wijsvinger waarmee zij eerder de kiezer verstootten, houden zij nu verborgen. Maar wat de pdj binnenskamers bekokstooft…. ‘Niets bijzonders’, vinden haar studenten. Met de laptops voor hun neus en...

KOTB

Als militair historicus breng ik de krijgskennis in praktijk. In deze partij veeg ik de vloer aan met een tegenstander uit Duitsland als onderdeel van het King of the Beach toernooi. Dit evenement is met bijna 700 deelnemers het grootste outdoor grappling kampioenschap van Europa. Een verslag van de krachtmetingen op het toernooi staat op epicmma.nl...
Staatsvormend geweld

Staatsvormend geweld

Het koningshuis staat stil bij de dood van Jorge Zorreguieta. De vader van koningin Máxima bekleedde tussen 1976 en 1981 een ministerspost in het regime van de militaire junta, die door een staatsgreep de macht had overgenomen. De militairen wisten wel raad met politieke tegenstanders. Tienduizenden burgers werden doodgemarteld en uit vliegtuigen in zee geworpen. Het besmeurde verleden van Jorge Zorreguieta vormde voor de Oranjes geen belemmering om hem in de armen te sluiten als schoonfamilie. En waarom ook? De koninklijke familie herleidt zijn stamboom immers tot misschien wel een van de grootste moordenaars van de vaderlandse geschiedenis: Willem van Oranje. De Prins bestreed niet alleen de Spaanse koning, maar ook de Nederlandse bevolking te vuur en te zwaard. De soldaten van Oranje hanteerden een tactiek van de verschroeide aarde. Zij roofden het platteland leeg, vermoordden de plaatselijke bevolking en zetten landerijen onder water, waardoor dijken – essentieel voor het handelsnetwerk van de boeren – uit hun voegen barstten. De boeren konden geen gebruik meer maken van hun akkers, verloren hun inkomsten en moesten verhuizen. In de zomer van 1583 kreeg de meierij, een gebied van 110 dorpen rond Den Bosch, te maken met de vergeldingskracht van Willem van Oranje. Hij richtte zijn pijlen op Den Bosch, dat de kant van de Spanjaarden had gekozen. Historica Marjolein ’t Hart: ‘De meierij ‘hoorde’ bij Den Bosch; dus dat maakte de boerenbewoners vijanden van het Hollandse regime. Maar de boeren werden op geen enkele manier beschermd door Den Bosch en ze bevonden zich dus tussen twee vuren. De Spanjaarden zetten grote kampementen op met soldaten die zich aan god noch gebod...

Een historische verklaring voor de Riffijnse woede

Woedende betogers op straat en driftig rondmeppende ordetroepen met geheven stokken.  Net als in voorgaande jaren protesteren de Riffijnen tegen hun achtergestelde positie in Marokko. Ze hebben in hun woongebied geen toegang tot hoger onderwijs en ziekenhuizen. Ze leren niets over hun geschiedenis en ouders mogen hun kinderen zelfs geen Berberse namen geven. Hoe komen de verhoudingen met de overheid zo verstoord? De oorsprong van de achtergestelde positie van de Rif ligt in de koloniale periode. Het gebied kwam begin twintigste eeuw in handen van Spanjaarden. Waar de Fransen als beschermheren van de sultan tussen 1912 en 1956 grote delen van Marokko ontwikkelden, besteedden de Spanjaarden minder energie en geld in hun protectoraat. De Spaanse periode Toch denken oudere Riffijnen graag terug aan de Spaanse tijd (1912-1956). Exotische nonnen in witte gewaden liepen door de straten van Al Hoceima. De stad kende een bioscoop, cafeetjes met gemengd publiek en karakteristieke laagbouw die de bewoners beschermde tegen aardbevingen. Riffijnse krijgers, die de kolonisten hadden bestreden in voorgaande jaren, traden nu in dienst van het Francistische leger. Zij vochten in de Spaanse Burgeroorlog. Gehard in de strijd en gewaardeerd door de bevelhebbers, keerden de veteranen terug in de Rif. Dit keer, met een zakcentje. De rollende peseta versoepelde de smokkel van hasj. Via de Spaanse steden Ceuta en Mellilla stroomden de drugs Europa binnen. Naast de hennepteelt,  werkten Riffijnse arbeiders een deel van het seizoen in buurland Algerije, waar de lonen twee tot soms wel vijf keer zo hoog lagen. De situatie veranderde met de onafhankelijkheid van Marokko op 3 maart 1956. Een feest voor de Marokkanen, een teleurstelling voor de...

Terublik op de Oorlog

Met de meimaand achter de rug, kijken we terug op herdenkingen. Zoals ieder jaar staan we stil bij de Verzetsmensen en andere helden die hun leven op spel zetten voor de redding van anderen. In een poging ook het nationaal belang te verheerlijken, verliezen we soms de historische werkelijkheid uit het oog. Zo geldt de Februaristaking ten onrechte als het enige georganiseerde verzet tegen de Jodenvervolging in Europa. Nazi-bondgenoot Bulgarije redde nagenoeg al zijn 50.000 joden van de ondergang. In Nederland pleegden burgers openlijk verzet tegen de Jodenvervolging en zagen vervolgens dat bijna alle joden werden gedeporteerd. De Bulgaren werkten mee met de nazi’s en kwamen de Oorlog uit met een grotere Joodse bevolking dan ervoor. Hoe is deze opmerkelijke paradox te verklaren? Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in juni 1939 wilde Bulgarije zijn neutraliteit behouden. Geen gemakkelijke opgave, gezien de Duitse politieke en economische invloed op het land. De Bulgaarse koning Boris was van Duitse komaf en meer dan 65 procent van de Bulgaarse export ging naar het Derde Rijk. De Duitse druk groeide in 1940. De nazi’s hadden Europa veroverd, Engeland buitenspel gezet en de Sovjet-Unie stevig aan de teugels. Buurlanden Roemenië en Hongarije stonden reeds onder nazibewind. De fascistisch gezinde regering van Bulgarije verkoos meegaan boven verzet en sloot zich op 7 september 1941 aan bij Hitlers Duitsland. Om de nazi-bondgenoot te behagen voerde Boris tussen november 1940 en januari 1941 anti-joodse wetgeving in. De Bulgaarse joden – één procent van de bevolking – verloren hun banen en huizen. Gemengde huwelijken werden verboden, joden moesten extra belastingen betalen, toegang tot bepaalde straten en gelegenheden...