Tip van de ober: ga naar Ceuta met de bus. Waar taxichauffeurs al snel 20 euro rekenen, brengt de bus je voor slechts 2 euro naar de Spaanse stad. Het is even lang rijden –iets meer dan een uur- en je maakt wat mee in een Marokkaanse bus. Zo belanden we naast 2 jongetjes die vandaag illegaal de grens gaan oversteken. Ze geven zichzelf 13 jaar, maar ze lijken eerder een jaar of 9 te zijn. Ze zijn de bus in geglipt zonder kaartjes en hebben ook geen ouders bij zich. We geven ze enkele muntstukken. Bij de douane komen we de jochies weer tegen. Dit keer in de kraag gegrepen door een agent. “Ik zal ze laten besnijden”, knipoogt hij in het voorbijgaan.

Wanneer we terugkeren uit Ceuta –waar de winkels op zondag gesloten zijn- lopen de jongetjes rond op de parkeerplaats. Ze zijn door grenspolitie op straat gegooid. Niemand heeft hun ouders gebeld. Hun enige kans om thuis te komen is met ons mee in de taxi, maar het busje zit vol. Een jongeman doet riem af, stapt uit en legt zijn hand op het hoofd van een van de jognetjes: ‘Ik sta mijn plaats aan jou, broertje. Zodat jij vannacht niet wordt verkracht.’

Terwijl we terugrijden naar Tanger krijgen de jongentjes de volle laag van een schreeuwende moeder achterin de auto. Haar stemgeluid gaat door merg en been. “Wat zijn jullie voor idioten, dat je denkt zomaar te kunnen oversteken naar Spanje? En, wie gaat er nou de grens over op een zondag? Als je wilt vluchten, doe het dan door de week!”

In Tétouan neemt zij neemt de jongens mee naar het politiebureau. Ons wacht een wandeling door de binnenstad. De karakteristieke wit-groene huizen bezien we in een rustig, om niet te zeggen langzaam tempo. Geheel in lijn met het ritme van de inwoners van de stad. “In Tétouan lopen ze op eieren”, gaat het gezegde. Ze bewegen zo langzaam dat je het gevoel hebt dat je continu stilstaat.  Heel anders dan in Tanger, waar we ’s avonds terugkeren. Een stad met een levendig karakter.

Toeterende automobilisten en trommelaars houden de gemoederen overdag bezig. ’s Nachts doet  een loeiende imam de stad op zijn grondvesten trillen. Overigens leidt het driftige rijgedrag van de chauffeurs regelmatig tot ongelukken. In slechts 5 dagen noteren we al 3 aanrijdingen. Zo wordt midden in de nacht een motorrijder geschept door een automobilist.

Het slachtoffer hinkt naar de overkant van de weg en gaat liggen. Onmiddellijk rennen voorbijgangers op hem af. Zeker dertig omstanders doen hun best om zo druk mogelijk om hem heen te bewegen. De ambulancebroeders, die na drie kwartier komen opdagen, wordt geen meter manoeuvreerruimte gegund.  Wanneer zij de jongeman eindelijk het busje in hebben gekregen, houden zij de deuren open voor 4 omstanders die ook de ziekenauto in springen. Het busje raakt nog voller, als de wagen vaart mindert, de deuren op zwiepen en nog 2 mensen de auto in duiken. Nu kan de sirene aan.