Zomer 1445, een goed humeur onder de edelen van het Roemeense vorstendom Wallachije. Ter verwelkoming van de nieuwe vorst zijn de mannen, met hun vrouwen, uitgenodigd voor het koninklijk banket. Een bik op de tafel leert dat de gastheer zijn best heeft gedaan: gekonfijte konijn met pruimen, gegrild lamsvlees met honing, rijkelijke hoeveelheden wijn. Zelf laat hij zich de lekkernijen eveneens smaken. De jonge prins is een knappe verschijning, met brede schouders, zwarte snor en lange donkere haren. Wel schijnt er af een toe een merkwaardige glinstering in zijn ogen. Voor de  gasten geen punt. Lachend slaan zij elkaar op de schouders. Rond het middaguur, wanneer de wijn in de man is, krijgen zij van het tafelhoofd opeens een vraag voorgeschoteld: ‘Beste edelen, hoeveel vorsten hebben jullie tot nu toe gediend.” Vijftien heer”, smult een besnorde grondbezitter,  achterin de zaal. “Ik wel 25”, grapt een stevige gebouwde kerel. ‘ Grinnikend bieden de manen tegen elkaar op, al krijgen enkelen een naar voorgevoel. Een jongeling laat zijn beker vallen.’ De vorst wacht tot allen zijn uitgelachen en herneemt het woord, op duistere toon: ‘Ontrouw maakt mij op geen manier vrolijk. Benieuwd of jullie vandaag blijven lachen.’

Op zijn teken schieten bewakers vanachter de coulissen naar voren. Zij grijpen de edelen vast en sleuren hen mee naar buiten naar de heuvels buiten het paleis. Verschrikt wenden zij hun hoofd, wanneer zij hun lot onder ogen zien: een rij lange houten palen. Met slagen, trappen en verwensingen gaan de mannen en vrouwen een voor een aan het spies. Tussen de stervenden loopt de vorst bedachtzaam, knabbelend aan een konijnenpootje. Zijn naam is Vlad ‘de spietser’ Dracula.

De 20-jarige prins is teruggekeerd in zijn geboorteland. Op jonge leeftijd hadden de Turken hem gegijzeld en ondergebracht aan het Osmaanse hof. Op deze manier wilden zij Dracula’s vader tot gehoorzaamheid dwingen. Met de dreiging van de dood boven het hoofd, ontving de jongeman evenwel les in de Turkse taal, literatuur en krijgskunsten. Ook de paleiselijke harem stond tot zijn beschikking. Terwijl hij van de gastvrijheid genoot, verging het zijn vader en oudere broer in Wallachije minder voorspoedig. Een conflict met hun leenheer , de koning van Hongarije, leidde tot hun liquidatie door plaatselijke edelen. Inderdaad, dezelfde mannen op wie Dracula vandaag wraak neemt.

Als regent in Wallachije houdt de spietser van orde en deugdzaamheid. Slordige huisvrouwen, bedelaars, belastingontduikers en dieven belanden in de kookpan, op de brandstapel, of dienen als voer voor wilde dieren. Zijn straffen gelden voor zowel armen als rijken, al krijgen edelen een speciale behandeling. Zij worden gespietst aan een hogere paal, zodat anderen naar hen kunnen opkijken. Voor hun terechtstelling onderwerpt Dracula zijn slachtoffers soms aan vraagspelletjes. Veroordeelden die hem verrassen met gevatte, of beter, vleiende antwoorden verdienen bij hem vrijspraak en gaan zelfs naar huis met beloningen. Met zijn aanpak stijgen de overheidsinkomsten. Lage criminaliteit en voordelige belastingen trekken buitenlandse kooplieden naar Wallachije. De boeren zijn onvrij en bewerken het land van de grondbezitter. Toch houden zij, vergeleken met hun westerse soortgenoten, meer tijd over voor muziek, dichtkunst en een alcoholische versnapering.

Tot er oorlog uitbreekt.

Aanleiding voor het geweld is de gespannen verhouding tussen Dracula en Mehmet II, de heerser van het Osmaanse rijk. De sultan eist de betaling van achterstallig tribuut, de levering van 500 jongens voor de Osmaanse dienstplicht en hij wil dat Dracula een einde maakt aan de invallen van Roemeense boevenbendes. Wanneer Dracula achtereenvolgens de gezanten mishandelt, een Turkse officier in stukken hakt en een bloedige plundertocht houdt door Osmaans gebied, is voor Mehmet II de grens bereikt. Met 40.000 man trekt hij in de zomer van 1462 de Donau over. Aan boord vergezellen hem de sipahiler, zware cavalerie  strijdend op paarden en kamelen, azaplar, onbetaald voetvolk dat leeft van oorlogsbuit, en de yeniçeriler, de persoonlijke lijfwachten van de sultan. Deze elitesoldaten zijn van kinds af aan getraind in militaire krijg. Hun moed en vechtlust zijn ongeëvenaard op het slagveld.

Vergeleken met de Osmaanse strijdmacht beschikt Dracula over een kleinere troepenmacht. Met zijn aantreden zijn de meeste edelen uit de weg geruimd of gevlucht. Aan de andere kant hebben de zuiveringen ruimte gegeven aan een nieuwe lichting officieren; veelal uit de onderklasse. Krijgers die hun promotie danken aan betoonde moed en loyaliteit aan Dracula.

Wordt de Osmaanse vloot bij aankomst al aan stukken geschoten, het kanongebulder is slechts een voorbode van de verschrikkingen die de Turken in Wallachije op het dak vallen. Hun tocht naar de hoofdstad Târgovişte voert hen door een spooklandschap: De steden zijn verlaten. Het vee is meegenomen, de akkers verwoest en de waterbronnen vergiftigd. Alleen het woud van gespietsten is blijven staan. De lichamen van duizenden Turken en Bulgaren, door Dracula ontvoerd en gespietst, hangen aan houten palen langs de weg. Sommige lijken zijn reeds vergaan, anderen vertonen nog duidelijk sporen van marteling. Hun ledematen zijn afgehakt.

20170812_171807 (1)

De horrortaferelen achtervolgen Mehmet II in zijn slaap. Woelend ligt hij in zijn legerstee, wanneer zijn mannen in de nacht van 17 juni het legerkamp opzetten. Ook het geroep van een uil houdt hem wakker. Een angstaanjagende gedachte spookt door zijn hoofd: Dracula’s mannen communiceren met elkaar via dierengeluiden. Zouden zij het kamp genaderd zijn? Plotseling hoort hij een schreeuw, gevolgd door geweerschoten. Hij pakt zijn zwaard, rent de tent uit en ziet hoe tientallen ruiters, gekleed in het zwart, het legerkamp bestormen. Genadeloos hakken zij de wachters neer, steken de tenten in brand en vermorzelen de slapenden onder hun paarden.

Mehmet II, verdedigd door de yeniçeriler, kan ternauwernood ontkomen.

Vanaf nu  lacht het geluk  hem toe.  De Roemeense edelen, tot nu toe afzijdig in het conflict, steunen hem. Ook Dracula’s broer Radu, die dienst doet als Mehmets schandknaapje, strijdt aan zijn zijde. Gezamenlijk boeken zij overwinningen op Dracula’s eenheden die door het land zijn verspreid.

Toch staakt de sultan zijn tocht naar Târgovişte. Zijn leger lijdt onder de pest en is de uitputting nabij. Zijn vijand is echter nog niet verslagen. Dracula schuilt nog steeds in de bossen, loerend op het volgende jachtseizoen.

 

Lees het artikel in Jagen MAGazine, nummer 66