Weinigen zijn op de VU voor de lezing van Saloua Zerhouni, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Mohammed V universiteit in Rabat. Van de 65.000 Marokkanen in Amsterdam heeft er welgeteld geen één de moeite genomen de presentatie bij te wonen. Een gemiste kans, aangezien Zerhouni’s lezing een heldere kijk geeft op de politieke arena van Marokko.

In de parlementaire monarchie geven verkiezingen het land de schijn van een democratie. Achter de schermen bepaalt de paleiselijke elite, of makhzen,  welke volksvertegenwoordigers naar worden geschoven. De eigenaardige constructie van het Marokkaans kiesrecht vormt eveneens een blokkade voor burgerlijke participatie in de politiek.  Zo kunnen Marokkanen alleen stemmen in de regio waar zij geregistreerd zijn. Vooral jongeren die in de steden werken en, overeenkomstig hun inkomen en jeugdigheid, een politieke mening vormen, kunnen op deze manier geen stem uitbrengen. Zij kunnen wel terugreizen naar hun geboortestreek en hier stemmen, of iemand anders hun laten uitbrengen, maar in praktijk komt er weinig van terecht. De praktische bezwaren die kleven aan het kiessysteem en de corruptie onder politici maken de kiezer wantrouwig. Marokkanen kiezen steeds minder.

Volgens Zerhouni valt de afnemende betrokkenheid bij de politiek in goede aarde bij de Parti de la justice et du développement (PJD), de partij van de islamisten.  Zij bouwen voort op een ongeschonden imago van onbesproken gedrag en hebben geen banden met de makzhen. Zij hebben bovendien geleerd van eerdere fouten en houden geen moraliserende preken meer. De geheven wijsvinger waarmee zij eerder de kiezer verstootten, houden zij nu verborgen. Maar wat de pdj binnenskamers bekokstooft….

‘Niets bijzonders’, vinden haar studenten. Met de laptops voor hun neus en de koptelefoontjes in het oor, zitten zij naast elkaar in de stoelen van de collegezaal. Ze zijn met z’n tienen meegereisd vanuit Rabat en geven de presentaties kleur met doordachte aanvullingen. Een van de studenten bestrijdt de opvatting dat de PJD populair is onder het volk. Ook de islamisten hebben minder stemmen gehaald bij de vorige verkiezingen. Sowieso willen Marokkanen geen praatjes over de islam, ze willen meer economische vrijheid.

In het debat –dat wordt gevoerd in het Engels en af en toe wordt opgesierd in het Frans- doet mijn Syrische kameraad een bijdrage in het Arabisch. Hij stelt de vraag of de Marokkaanse koning werkelijk de politiek in zijn land wil democratiseren of dat zijn beloftes tot democratische hervormingen enkel zijn bedoeld om het volk rustig te houden.

Voor de academici is het duidelijk: de Marokkaanse politiek verandert alleen door een beweging van onderaf. ‘Vreemd’, opper ik op mijn beurt, ‘dat ik dan niemand hoor spreken over de volksopstand in de Rif. De inwoners van Al Hoceima strijden nu al bijna een jaar voor meer sociale en economische rechten, alleen de rest van Marokko heeft er blijkbaar geen boodschap aan.’

Op mijn woorden volgt een golf van opwinding door de groep Marokkaanse geleerden. Enkelen reageren verontwaardigd, anderen zwijgen nadenkend. Met de verhoudingen op scherp nemen we voorlopig afscheid. De groep moet aanschuiven bij een banket. Over een maand zien we elkaar weer, bij de volgende lezing van het Kieskompas.