Het Nederlands van Peter de Grote

Het Nederlands van Peter de Grote

Stóel, vál, appélsín, trap, artisjók, abrikós, pérsik, matrás, brandspójt, achtersjtéven. Voor wie dacht dat hij geen Russisch kon spreken, heeft nu toch al aardig wat woorden onder de knie. Vooral dankzij tsaar Peter de Grote (1672-1725) zijn Nederlandse woorden in het Russisch verzeild geraakt. Peters hervormingsdrift bracht in Rusland een sociale en culturele revolutie teweeg, waarbij talloze buitenlandse leenwoorden ingeburgerd raakten in het Russisch. Met name uit het Engels, Duits en Frans, maar ook uit het Nederlands, dat daarbij ook fungeerde als tussenstation voor deze talen en het Russisch. Peter nodigde veel Nederlandse scheepsbouwers uit naar Rusland te komen en zij introduceerden nieuwe scheepstermen. De Russen namen nauwelijks de moeite deze woorden te russificeren, want het leven aan boord was al niet gemakkelijk. Om geen avária op te lopen, had de matrós zijn handen vol aan het lichten van het ánker, het bijhouden van de juiste kóers en het schoonmaken van het kámbóez. En dan moest hij nog zorgen dat zijn brjóekie niet afzakte bij het zien van een naderende sjtorm. Gruwelen van etiquette Op jonge leeftijd trok de tsaar incognito, maar met een groot gezelschap, door de Noord-Europese landen. Hij wilde een coalitie smeden tegen de Ottomanen. Daarnaast hoopte hij van de Europeanen te leren hoe hij zijn land moest moderniseren. Op bezoek bij de Europese vorstenhuizen gruwelde Peter van formele plechtigheden en bij chique gelegenheden ging het herhaaldelijk mis. Terwijl hij zich aan de etiquette probeerde te houden door niet al te dronken te worden, compenseerden zijn metgezellen zijn gematigde houding ruimschoots. Daarbij moet worden aangetekend dat hun losbollige gedrag nog niet eens in de buurt kwam van...
Franse troepen in Naarden (1813-1814)

Franse troepen in Naarden (1813-1814)

Afbeelding: Kozakkenvoorpost in 1813. Vier kozakken rond een kampvuur, twee met lansen te paard, één drinkt een glas leeg. Een schilderij van Pieter Gerardus van Os. (collectie Rijksmuseum)   Na de nederlaag bij Leipzig (19 oktober 1813) vertrokken de Napoleontische legers uit Nederland. Maar nog niet overal kon de jenever worden opengetrokken. In Naarden weigerden tweeduizend Fransen hun wapens neer te leggen. De Nederlandse regering zag geen andere mogelijkheid dan overgaan tot geweld. Bij het uitbreken van de Nederlandse volksopstand op 17 november 1813 toonde generaal Quitard de la Porte, aanvoerder van de Franse troepen in Naarden, zich niet onder de indruk. Vanuit de vesting verklaarde hij de oorlog aan de nieuwe Nederlandse autoriteiten. Het Voorlopig Bewind, dat de macht had overgenomen, moest nu zijn tanden laten zien. Om de Franse troepen uit Naarden te verjagen, zond de regering niet de minste kandidaat: Generaal Cornelis Krayenhoff (1758-1840). De net benoemde gouverneur van Amsterdam diende voorheen Napoleon, maar stond nu aan het hoofd van de Hollandse troepenmacht die het bezette Naarden moest bevrijden. Hierbij kreeg hij hulp van buitenlandse strijdkrachten, onder wie formidabele Russische krijgers: de kozakken. Beschieting van de stad De Hollanders konden evenwel niet rekenen op de bijstand van de weergoden. De aanhoudende sneeuwval belemmerde de aanleg van batterijen en het opslaan van kampementen, terwijl het gemis aan winterjassen zich deed voelen onder de manschappen. Niet alleen soldaten leden onder de oorlogspanningen. De inwoners van Naarden vroegen hun burgemeester of zij de stad mochten verlaten. Hij wilde wel toestemming verlenen, maar op voorwaarde dat de burgers eerst hun achterstallige belastingen betaalden. Zo wisten alleen degenen die diep genoeg in...