Met de meimaand achter de rug, kijken we terug op herdenkingen. Zoals ieder jaar staan we stil bij de Verzetsmensen en andere helden die hun leven op spel zetten voor de redding van anderen. In een poging ook het nationaal belang te verheerlijken, verliezen we soms de historische werkelijkheid uit het oog.

Zo geldt de Februaristaking ten onrechte als het enige georganiseerde verzet tegen de Jodenvervolging in Europa. Nazi-bondgenoot Bulgarije redde nagenoeg al zijn 50.000 joden van de ondergang. In Nederland pleegden burgers openlijk verzet tegen de Jodenvervolging en zagen vervolgens dat bijna alle joden werden gedeporteerd. De Bulgaren werkten mee met de nazi’s en kwamen de Oorlog uit met een grotere Joodse bevolking dan ervoor. Hoe is deze opmerkelijke paradox te verklaren?

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in juni 1939 wilde Bulgarije zijn neutraliteit behouden. Geen gemakkelijke opgave, gezien de Duitse politieke en economische invloed op het land. De Bulgaarse koning Boris was van Duitse komaf en meer dan 65 procent van de Bulgaarse export ging naar het Derde Rijk. De Duitse druk groeide in 1940. De nazi’s hadden Europa veroverd, Engeland buitenspel gezet en de Sovjet-Unie stevig aan de teugels. Buurlanden Roemenië en Hongarije stonden reeds onder nazibewind.

De fascistisch gezinde regering van Bulgarije verkoos meegaan boven verzet en sloot zich op 7 september 1941 aan bij Hitlers Duitsland. Om de nazi-bondgenoot te behagen voerde Boris tussen november 1940 en januari 1941 anti-joodse wetgeving in. De Bulgaarse joden – één procent van de bevolking – verloren hun banen en huizen. Gemengde huwelijken werden verboden, joden moesten extra belastingen betalen, toegang tot bepaalde straten en gelegenheden werd hun ontzegd. Het dragen van de gele ster werd verplicht gesteld. De naleving van de anti-joodse maatregelen ging evenwel gepaard met de, volgens de Duitse ambassadeur, ‘gewoonlijke Balkan zwakheid’. Er werden lang niet genoeg sterren geproduceerd. Joden die ze wel kregen, ontvingen doorgaans zoveel bijval van Bulgaarse burgers, dat zij de davidsterren als geuzenspelden droegen.

Het noodlot naderde snel. De Wehrmacht stormde in april 1941 de Balkan binnen. De nazi’s beloonden bondgenoot Bulgarije met de toewijzing van enkele veroverde gebieden. De inwoners hiervan kregen de Bulgaarse nationaliteit, behalve de 20.000 joden. Zij werden op aandringen van de SS door de Bulgaarse autoriteiten opgepakt en gedeporteerd naar Auschwitz en Treblinka.

In de lente van 1943 wachtten de joden binnen Bulgarije hetzelfde lot. Duizenden joodse burgers in Plovdiv en de grensplaats Kyustendil werden opgeroepen hun huizen te verlaten en zich met enkele bezittingen te verzamelen op het treinstation. De Bulgaren kwamen in opstand. Beroepsverenigingen van advocaten en artsen stuurden protestbrieven, kerkleiders haalden joden in huis en beloofden hun dat zij, indien nodig, zelf op de rails zouden gaan liggen.  Tientallen vooraanstaande burgers trokken naar Sofia en protesteerden voor het parlementsgebouw. Vice-voorzitter Dimitar Peshev nam het initiatief. Hij zette het kabinet zodanig onder druk, dat de deportaties werden afgeblazen. De joden mochten naar huis.

In de volgende dagen verzamelde Peshev 40 handtekeningen van parlementsleden die een voorzetting van de deportatieplannen afkeurden. De motie werd verworpen en Peshev werd naar huis gestuurd, maar de publieke verontwaardiging die zijn protestactie teweegbracht, leidde er toch toe dat het kabinet de deportaties uitstelde. Een bericht dat verkeerd viel bij de Führer. Hij kon er alleen weinig tegen doen. Zijn manschappen zaten in het defensief, hadden hun handen vol aan het Rode Leger en konden geen eenheden missen voor het opruimen van joden in Bulgarije. Het gerucht gaat dat Boris zijn weigering de joden uit te leveren met de dood heeft moeten bekopen. De koning bezweek, enkele dagen na zijn ontmoeting met de Führer, aan een hartaanval. Echter, de meeste historici achten het onwaarschijnlijk dat Hitler iets met zijn dood te maken heeft gehad.

Juist de betrekkelijk goed banden tussen Hitler en Boris zorgden ervoor dat de Duitsers minder prominent in Bulgarije aanwezig waren. De Führer accepteerde de halfzachte economische en militaire hulp. Zo namen Bulgaarse eenheden geen deel aan gevechtsoperaties in de Balkan en waren zij als enige bondgenoot afwezig bij de aanval op de Sovjet-Unie. Het oplossen van het Jodenvraagstuk werd door de nazi’s overgelaten aan de Bulgaarse regering, die er een ambivalente houding tegenover aannam.

In de latere oorlogsjaren wilden de Bulgaren, onder druk van geallieerde bombardementen, af van het bondgenootschap met Hitler. Toen de Sovjets Bulgarije  in september 1944 binnenvielen, veranderden de Bulgaren van partij en verklaarden zij de  oorlog aan nazi-Duitsland (waarmee Bulgarije, als enige land, formeel met alle partijen in staat van oorlog verkeerde). De kans dat Hitler nu nog de Bulgaarse joden zou elimineren, was tot een minimum gereduceerd.

De Bulgaarse samenleving kende een geschiedenis van minder antisemitisme dan de buurlanden. Joden ontvingen gedurende de oorlog steun van burgers, partizanengroepen, een principiële kerk en recalcitrante figuren binnen de fascistische regering. Toch zou al deze steun waarschijnlijk weinig hebben uitgemaakt, als de nazi’s hun moorddadige plannen hadden willen doorzetten. Niet zozeer de houding van de kerk en de moed van Peshev, als wel de afwachtende houding van Hitler en het oprukken van het Rode Leger redden de Bulgaarse joden van de ondergang. De nazi-leider wilde Bulgarije als bondgenoot behouden en hij onderschatte de Bulgaarse verontwaardiging die zijn plannen losmaakten.  Naarmate de oorlog voor hem nadeliger verliep, des te kleiner werd zijn vermogen tot ingrijpen.

De politieke processen pakten gunstig uit voor de  Bulgaarse joden, waar dat in andere landen niet het geval was. Nederland geldt hierbij als tragisch voorbeeld.